ABOUT MY WORK

English
Mieke Mels, in: Young Artists, (selected by) Dirk Pauwels

Nederlands
Tom Viaene, In-Between b
M'atuvu, Brussel
Marieke Voet, Ithaka
Dan Holsbeek, CC Westrand
Ann Geeraerts, vzw Gynaika
Sofie Van Loo, in: Thru 2, Trans-scapes of langs-schappen: kosmische abstractie in figuratieve en abstracte kunst
Mieke Mels, in: Young Artists, (selected by) Dirk Pauwels
Persoonlijke notities

Français
Tom Viaene, In-Between b
M'atuvu, Bruxelles
Prix Médiatine, Sint-Lambrechts-Woluwe

Printable pdf of full text
Download

Mieke Mels, in: Young Artists, (selected by) Dirk Pauwels, 2007

There are examples of Karen Vermeren's work in every format, from the smallest canvas or sheet of paper to murals. But however large or small the work is, they all have a sense of infinity. Her experimentation with colours and materials often leads to new realities. Sometimes we are confronted with endless abstract landscapes whose vast expanse we are shown. By contrast, other works zoom in on details or such microscopic structures as shells, bacteria, cells and honeycombs, which are magnified to form a new and infinite reality. Her fascination for the element of 'water' is expressed in a design that focuses on the issues of the elementary, the transient and the unbounded. Transience, transparency, obscuration and depth, qualities inherent to water, confront Vermeren with tremendous challenges. The impossibility of filling the void is a motive for seeking visual contact with the surroundings, the walls, the material and her own feelings and memories. 'Bridging' the void.

Murals occupy a special place in Karen Vermeren's work. A mural is ephemeral. It is usually doomed to disappear and live on only in documentation. But a wall also gives her the freedom to go in any direction, including the ceiling and the floor. How can one deal with this apparent boundlessness? How can you paint the wall so that it is 'sufficient' and 'finished'? In her murals she tries to create a sense of infinity or limitlessness. Sometimes you are overwhelmed by a mass of colour, and are sucked into the dark, blue depths. In other works the infinitude is sought within the forms themselves. For example, one of Vermeren's murals is a repetition of countless honeycombs. Their form seems finite, but when you look at it longer, the form grows and tries to fill more space with even more honeycombs. The part the spectator plays is very important. Whatever position he views from, the painting will always look different. The image can never be seen as a whole.

In the Palmarium, Karen Vermeren has taken up the challenge of painting a corner wall of the greenhouse with acrylic paint on plastic film.

Top

Tom Viaene, In-Between b, 2011

Hoe een gemeente terug aanknoopt met de mens-in-de-natuur

Karen Vermeren zoekt het kunstwerk leefbaar, veranderlijk en grenzeloos te maken zoals een natuurlandschap. Daarom stort ze zich op ‘muurwerken’. Haar werk laat zich enkel begrenzen door de ruimte waarin ze werkt. Op die muren ontstaan landschappen die een herinnering zijn aan een geologische tijd en een (vooruit)blik op wat nog steeds in beweging is.
Welk idee ze vooraf ook heeft uitgewerkt in de beslotenheid van haar atelier, die idee ondergaat verandering in de uitvoering van het moment, in de ruimte die haar wordt toebedeeld in een specifiek tijdsbestek. Het is in die interactie met de ruimte - die pas later tentoonstellingsruimte wordt - dat ze haar fascinatie voor natuurlandschappen laat gelden.

Een Natuurlandschap in Elsene - in gesprek met Karen Vermeren

Op 29 april start in In-Between b een nieuwe solo-tentoonstelling rond het thema armoede en recyclage in het kader van de Erfgoeddag (‘Armoe troef’, 1 mei) 2011. Gynaika vzw en de dienst cultuur van de gemeente Elsene sloegen de handen in elkaar voor dit project en vroegen Karen Vermeren om in de galerie zelf een in-situ-project te maken rond dit thema.

Armoede kan ook een troef zijn: weinig of reeds bestaande materialen kunnen de aanzet zijn voor een grotere creativiteit en een voortgedreven ambachtelijkheid. We zijn het gewoon om alleen ‘nieuwe’ reeds afgewerkte dingen tot ons te nemen en het hele proces van het (zelf)maken en het oude in iets nieuws om te toveren, over te slaan. Het procesmatige van Karen Vermerens werk schuilt in de recyclage en recuperatie van (bestaande) materialen en structuren. Zij is het gewoon om in situ te werken, waarbij zij ook letterlijk de ruimte gaat recupereren. De bestaande ruimte wordt haar werkterrein dat ze zich volledig toe-eigent. Ze werkt bovendien met wegwerpmaterialen zoals plastic, tape, ...

"Al tijdens mijn studie schilderkunst aan het Sint-Lucas-instituut in Gent had ik een muurschildering gemaakt", zo vertelt Vermeren, "met name in Finland waar ik met een Erasmusbeurs verbleef. Dat was me zeer bevallen. Een muurschildering heeft niet de grenzen van een schilderij, van een doek. Het plafond, de vloer alles kan deel worden van het werk, het heeft iets eindeloos. Tegelijkertijd is een muur natuurlijk een grens die een ruimte afbakent. Ik vind het fijn om daar mee te spelen. Ik ben die techniek steeds meer gaan ontwikkelen en telkens als ik de kans kreeg om in-situ, rechtstreeks op de muur te schilderen heeft mijn werk zich verder in die richting ontwikkeld."

Is er iets dat je specifiek aansprak aan de ruimte In-Between b?

Ik vertrek altijd vanuit de elementen en de structuur van de tentoonstellingsruimte zoals ik die aantref. Daarin plaats ik vervolgens een geologisch natuurlandschap. Wat me meteen fascineerde, aan de buitenkant van In-Between b was de zuilenstructuur op het voetpad. Ook binnen herhaalt die zuilenstructuur zich, weliswaar verwerkt in de muren. Dat element zal zeker aanwezig zijn in mijn werk.
Ook de ramen hebben iets bijzonders. Voor een van de originele grote ramen, die ikzelf erg mooi vind, bevindt zich nog een extra raam, een beveiligingsraam dat dateert van de tijd dat zich daar de loketten situeerden waar de mensen terecht konden voor hun vakantiegeld. Op dit moment heeft dat raam, met zijn rechte hoeken, geen enkele functie meer. Het houdt als een soort gevangenis de blik van de toeschouwers/voorbijgangers tegen. Die ramen zullen gereflecteerd worden in mijn werk. Ik zal niet rechtstreeks op de ramen werken maar op de muren achter de ramen. Zo zullen ook de voorbijgangers uitgenodigd worden om een standpunt in te nemen ten opzichte van het werk. Een belangrijk deel van de tentoonstelling zal je van buiten de galerie moeten bekijken.

Je werkt met heel specifieke materialen zoals je daarnet al aangaf.

Tape, plastic, acryl, allerhande pigmenten, … zijn materialen waar ik veel en graag mee werk. Het is bijzonder boeiend om te zien hoe die materialen ten opzichte van elkaar reageren, hoe ze soms natuurlijkerwijs een bepaalde textuur vormen die dan kan refereren aan het landschap of hoe ze juist dingen afstoten of reflecteren.

Wat is de voornaamste drijfveer voor jouw werk?

Het wonderlijke van natuurlandschappen heeft me altijd mateloos gefascineerd. Het gebruik van vernoemde materialen is niet gericht op nabootsing, maar op een vertaling van mijn verwondering ten opzichte van dat soort landschappen.
Enerzijds is er de dialoog met de tentoonstellingsruimte. Het landschap krijgt een heel andere gedaante als je het in een ruimte plaatst. Anderzijds verander je als kunstenaar die de tentoonstelling opbouwt of als toeschouwer die de tentoonstelling bezoekt, het beeld omdat je je op een bepaalde manier ten opzichte van het werk positioneert om het te kunnen bevatten.

Heb je ook interesse in de wetenschappelijke invalshoek?

Zeker en vast. Eigenlijk ben ik vooral gefascineerd door het geologische aspect, de platentektoniek. Hoe ontstaan gebergten of breuken? Het laatste jaar ben ik erg bezig met grotten, een vorm van ondergronds gebergte als het ware. Ik ga steeds op zoek naar de ontstaansgeschiedenis van de landschappen. Toch is de basis van mijn werk meestal het puur aanschouwen, het verwonderd zijn. Hoe dat landschap zich precies gevormd heeft, is voor mij reeds een tweede stap. Die kennis blijft overigens altijd ontoereikend. Ik wil een landschap vooral fysiek voelen, het omzetten in een beeld.
Voor mij is de betekenis van mijn werk erg concreet en heel duidelijk. Mijn laatste werk, Foissac, is geïnspireerd op een grot, terwijl mensen daar heel verschillende dingen in zien. Mijn werken dragen als titel steeds de plaatsnaam van de plek waaruit ik vertrek. Die titel is echter niet altijd voor iedereen onmiddellijk herkenbaar als een plaatsnaam. Ik vind het boeiend dat toeschouwers eerst een eigen, persoonlijke invulling geven aan de specifieke ingrepen die ik deed in de ruimten. Toch is het voor mij belangrijk dat ze na een tijd weten dat het over grotten gaat en dat het geologische van dat landschap ten opzichte van de ruimte waarin ik het geplaatst heb, verschijnt en duidelijk wordt.

Zijn er specifieke kunstenaars waaraan je je spiegelt?

Mijn artistieke praktijk heeft affiniteiten met de schilder en geoloog Per Kirkeby en met Cézanne. Verder zijn er verbanden met Katharina Grosse en Tatiana Trouvé, hoewel hun werk meer neigt naar het expressieve (Grosse) en het psychologische (Trouvé). Ik zoek veeleer structurele overeenkomsten tussen het geografische milieu en het omringende architecturale kader, in het bijzonder dat van de mij toegewezen expositieruimtes.

Is creëren voor jou een vorm van momentane uitleving of gaat daar een gedurige en nauwgezette voorbereiding aan vooraf?

Het wordt meer en meer heel concreet. Vroeger ontstond een werk veel meer vanuit mijn gevoel op het moment zelf, begon ik aan iets waarvan ik zelf nog niet goed wist waar het naartoe zou gaan. Nu vertrek ik steeds meer vanuit een concreet duidelijk landschap, iets dat ik gezien heb waarvan ik ook veel duidelijker weet voor welke ruimte ik het wil gebruiken. Daardoor kan ik met veel meer dingen rekening houden en kan ik veel meer schetsen maken op maat van de ruimte.

In welke zin is 'tijd' aanwezig in je installaties?

In geologische zin hebben we het uiteraard over een soort versteende tijd maar tegelijkertijd is het zo dat de dingen continu in verandering zijn. De aarde is natuurlijk constant in beweging, meestal zien we dat niet maar soms laat zich dat heel erg voelen. Dat veranderende aspect, dat procesmatige zit in mijn werk, in het feit dat het binnen een korte tijd verdwenen zal zijn. In mijn beelden zie je ook vaak dat de installatie 'in beweging' is, soms door de lagen te verplaatsen. Je mag dat letterlijk begrijpen: door de tape weg te halen en terug te verplaatsen.

Top

M'atuvu, Brussel, 2010

Karen Vermeren zoekt naar nieuwe manieren om het natuurlandschap te verbeelden. Ze is gefascineerd door de veranderde ervaring van de natuur naar aanleiding van de hedendaagse kennis over vormende krachten zoals aardverschuivingen, breuken en transformaties.

Geprikkeld door deze nieuwe kennis tracht Vermeren persoonlijke ervaringen van het landschap vorm te geven. Dat gebeurt aan de hand van materieel en ruimtelijk onderzoek. Ze gebruikt verschillende teken- en schildersmaterialen die elkaar zowel aantrekken als afstoten. Ze creëert lagen en dieptes op allerhande dragers en in verschillende formaten. Haar werk toont details van het landschap, waar je als toeschouwer middenin lijkt te staan, en de materie niet kan overzien. Toch is de ruimte steeds nadrukkelijk aanwezig, als metafoor voor de kennis. De materie wordt eindig, de muren vormen grenzen, maar doorbreken tezelfdertijd het gebruikelijk kader van een schilderij. De plaats wordt zoals een object, het lijkt alsof we het van op een afstand kunnen overzien en observeren. Zo toont Vermeren hoe architectuur en kennis niet alleen hulp bieden om de natuur te bekijken, maar meer nog, hoe ze ook extra dimensies aan het landschap verlenen.

Voor M’atuvu vertrekt Karen Vermeren van de grotten van Foissac die ze deze zomer bezocht. Allerhande concreties, stalagmieten en stalactieten maken deel uit van de vormentaal die in dialoog gaat met het gele kader van het raam in de Lakensestraat.

Top

Marieke Voet, Ithaka, 2010

Het centrale thema voor deze twee kamers is het Italiaanse plaatsje Carrara, bekend om zijn marmergroeves. Niet zozeer omwille van de grote rol die het marmer van deze groeves speelde in de kunstgeschiedenis, maar vanwege de effecten die ontstaan in de gesteenten door toedoen van weer en wind. Transformaties zoals deze spelen wel vaker een grote rol in het werk van Karen Vermeren.
Er is gezocht naar een verband tussen de plaats waarop het werk gebaseerd is, en de locatie waar het werk zich bevindt. Op beide plaatsen zijn er natuurlijke processen aan het werk, die door de kunstenares vaak extra in de verf worden gezet.

De kamers zijn volledig geïntegreerd in de werken; de ruimte is een canvas waarop met allerlei materialen is gewerkt. Dit zorgt voor een gevoel van oneindigheid, alsof het werk eindeloos verdergaat – ook voorbij de muren. Er worden ook voortdurend grenzen afgetast; tussen binnen en buiten, tussen macroscopisch groot en microscopisch klein, tussen tweedimensionaal en driedimensionaal, tussen vervaging en scherpte.

Top

Dan Holsbeek, CC Westrand, 2010

“… Het refereren aan het landschap is ook nadrukkelijk aanwezig in het werk van Karen Vermeren. Zij is gefascineerd door aardverschuivingen, transformaties en landschappelijke breuken en vooral door de vormelijke eigenschappen van het Toscaanse gebied en de omgeving van Valdera. In diezelfde geest raakte ze ook geboeid door structurele overeenkomsten tussen het geografische milieu en het ons omringend architecturale kader en in het bijzonder vaak met dat van de haar toegewezen expositorische ruimtes. Met andere woorden, deze artieste gaat de in het geografisch kader opgedane visuele indrukken transponeren, om zich vervolgens te kunnen vergewissen van overeenkomsten of van interessante ervaringen ten gevolge van minimale verschuivingen. De picturale middelen die zij hierbij hanteert, zijn op zijn minst onorthodox te noemen. Zo brengt Karen Vermeren herhaaldelijk plakband aan op de vensters van de expositorische omgeving. Dit resulteert niet alleen in een directe confrontatie van externe landschappelijke en interne architecturale vormen, maar ook en vooral in het tegenover elkaar stellen van het twee- en het driedimensionale. De tweedimensionaliteit van de schilderkunst wordt hier opgeheven door de drager waarop de plakband werd aangebracht. De transparantie en de daarbij horende ruimtelijkheid van het glazen vlak, ondermijnt hier immers de aan de schilderkunst geketende tweedimensionaliteit en vermijdt de noodzaak van de illusoire weergave. Het venster dat binnen- en buitenwereld scheidt en als drager en medium fungeert, betrekt binnen- en buitenwereld op elkaar en draagt ertoe bij dat de schilderkunst deel wordt van de architecturale en de natuurlijke ruimte. Op die wijze peilt Karen Vermeren niet louter naar de eigenheid van de schilderkunst, maar onderstreept ze ook de toenemende verwevenheid van natuur en cultuur. Een ervaring die in Dilbeek nadrukkelijk aanwezig is door de confrontatie van een vormelijk beladen interieur en een daarbuiten nadrukkelijk aanwezige natuur. …"

Top

Ann Geeraerts, vzw Gynaika, 2009

De schilderkunst van Karen Vermeren is in vele opzichten grensoverschrijdend, het is dan ook een moeilijke opgave om haar oeuvre te omschrijven met traditionele kunsthistorische termen. De jonge kunstenares hanteert ongebruikelijke materialen en werkt buiten de standaardformaten van het canvas. Ze schildert met acryl op plastic, ‘tekent’ met tape en werkt zowel op kleine velletjes papier als op de muren van grote ruimtes.
Muurschilderingen spelen een belangrijke rol in het oeuvre van Vermeren, dit zijn veelal tijdelijke ingrepen en de techniek impliceert dus een zekere vluchtigheid. Tegelijkertijd stellen ze de kunstenares voor de uitdaging om de volledige ruimte (vloer en plafond incluis) als canvas te beschouwen en de grenzen ervan af te tasten.
In vele muurschilderingen evoceert Vermeren een soort landschappen die noch abstract, noch figuratief zijn. Ze doen denken aan watermassa’s, sneeuwlandschappen of bergpieken. Soms geschilderd op lagen plastic, soms rechtstreeks op de muur bestaan ze vooral uit overwoekerende en intense kleurpartijen aangebracht met een heftige toets. In deze werkwijze kunnen we invloeden van het abstract expressionisme herkennen of van actuele kunstenaars als Katherina Grosse (die grootschalige muurschilderingen produceert met een verfpistool). Andere muurschilderingen lijken dan weer op uitwaaierende structuren als honingraten of celdelingen die zeer precies en weloverwogen een deel van de ruimte inpalmen.
Voor In-Between creëert Vermeren een nieuwe muurschildering. Haar project is geïnspireerd door de impressionante sneeuwlandschappen van Leysin, een skigebied in de Waadtländeralpen in Zwitserland, en door de berglandschappen van Tahanaoute (Marokko).

Top

Sofie Van Loo, in: Thru 2, Trans-scapes of langs-schappen: kosmische abstractie in figuratieve en abstracte kunst, 2007

Karen Vermeren schildert ‘woeste waterwerken’ en abstracte landschappen met minuscule figuratieve details. Er zijn ook microscopische studies op groot en klein formaat geweest. Ze toont “rotstekeningen” op plastiek met honingraatmotieven of tijgervelachtige patronen die op muren worden vastgespijkerd alsof de week geworden muren elk moment zouden kunnen vervellen of honing afgeven. En in het bijzonder schildert Karen Vermeren abstracte werken die ze bij momenten met tape bewerkt, alsof de weerbarstigheid van de verf anders elk moment uit het doek zou kunnen exploderen, of zich als een waterval over de kijker zou kunnen storten. Toch doen enkele, recente werken dat wel degelijk, al zijn ze voorzien van tape. In het overwegend rode doek liggen groen, bruine en enkele rode, onrustige verfstroken als zonet in brand gestoken houtblokken opgestapeld. De witte gleuven in de rode verf bovenaan wasemen roos licht. In dat wit lijkt Karen Vermeren de kijker een kosmische glimp of is het de leegte te suggereren. Het is alsof daar ook de kunst telkens opnieuw dient aan te vangen. De kunst ontstaat uit uitsparingen.

De tape die ook in beide, blauw-groene werken aanwezig is, vertoont niet het bochtwerk van haar schilderkunst, maar introduceert daarentegen ook geen klassieke perspectiefweergave, de lange rechte lijn links in het rode werk buiten beschouwing gelaten. Het zijn markeerders van het abstracte, die de weg naar de diepte tonen, maar niet per se naar de horizon. Nog niet lang geleden kwam ik ook tape tegen in de schilderkunst van de in Berlijn wonende schilderes Shila Khatami die haar schilderkundig onderzoek had aangevangen bij een hedendaagse studie van het abstract constructivisme. Khatami vertrok van geometrische lijnen in tape en begon pas in een volgend stadium met de meest waanzinnig, felle kleuren (van paars over roos naar geel en groen) te schilderen. Men kon al gauw niet meer spreken van een abstract constructivisme in modernistische zin. Khatami laat in elk schilderij een ontmoeting plaatsvinden tussen lijn en kleur, het cognitieve en het affectieve. Karen Vermeren doet iets anders. Haar uitgangspunt is de kleur en de woeste of poëtische verfstrook. De geometrische lijn komt pas in een later stadium opgedoken in het schilderkundig verhaal. Het is alsof de renaissance, het disegno en het colorito zich vandaag de dag weer in de schilderkunst stellen. Vandaag lijkt men zich bewust dat men over twee blikken beschikt, de colorito-blik en de designo-blik en dat misschien beiden in een schilderij kunnen worden geïntegreerd zonder dat ze elkaar hoeven op te heffen.

Top

Mieke Mels, in: Young Artists, (selected by) Dirk Pauwels, 2007

De werken van Karen Vermeren hebben alle formaten, van het kleinste doek, een blad papier tot muurschilderingen. Maar hoe klein of hoe groot een werk is, ze geven allemaal een gevoel van oneindigheid weer. Het experimenteren met kleuren en materialen leidt vaak tot nieuwe werkelijkheden. Soms worden we geconfronteerd met eindeloze abstracte landschappen waarvan de uitgestrektheid wordt getoond. Andere werken zoomen eerder in op details of microscopische structuren zoals schelpen, bacteriën, cellen, raten... die worden uitvergroot tot een nieuwe oneindige realiteit. Haar fascinatie voor het element 'water' uit zich in een vormgeving waarin het elementaire, het vluchtige en het onbegrensde als problematiek centraal staat. Vluchtigheid, transparantie, versluiering en diepte, eigenschappen inherent aan het water, stelt Karen voor enorme uitdagingen. De onmogelijkheid om de leegte te vullen, is een drijfveer om beeldend contact te zoeken met de omgeving, de muren, het materiaal en de eigen gevoelens en herinneringen. Het 'overbruggen' van de leegte.

Muurschilderingen nemen een bijzondere plaats in het oeuvre van Karen Vermeren. Een muurschildering is een vluchtig gegeven. Het is meestal gedoemd te verdwijnen en slechts verder te leven op documentatiemateriaal. Maar een muur geeft haar ook de vrijheid om alle kanten op te gaan, het plafond en de vloer inbegrepen. Op welke manier kan je omgaan met die schijnbare grenzeloosheid? Hoe kan je de muur zodanig beschilderen dat het 'voldoende' en 'af' is? Ze tracht met de muurschilderingen een gevoel van oneindigheid of grenzeloosheid te creëren. Soms word je overweldigd door een kleurenmassa, word je als het ware de donkere, blauwe diepte ingezogen. In andere werken wordt de oneindigheid binnen de vormen zelf gezocht. Zo creëerde Karen Vermeren een muurschildering met een herhaling van ontelbare raten. De vorm ervan lijkt eindig, maar als je langer kijkt, groeit de vorm en wil hij de ruimte verder inpalmen met nog meer raten. Zeer belangrijk is het aandeel van de toeschouwer. Welk standpunt deze ook inneemt, de schildering zal er altijd anders uit zien. Het beeld zal nooit in zijn totaliteit kunnen worden gezien.

In het Palmarium gaat Karen Vermeren de uitdaging aan om een hoekmuur van de serre met acrylverf op plastiekfolie te beschilderen.

Top

Persoonlijke notities

2008
De werken in Galerie Utopia vertrekken van Gullfoss, de grootste Europese waterval die gelegen is in IJsland, die ik in december 2005 bezocht. Ik bestudeer mijn mogelijke verhoudingen tegenover dit bezoek, welke afstand mijn blik kan hebben, en wat de invloeden van bepaalde fysische eigenschappen kunnen zijn. Ik onderzoek eerst de structuren in close-up. Hierbij fascineren mij de picturale kwaliteiten in de geologie, en de overeenkomsten in de natuurlijke processen van verschillende materialen in de schilderkunst. Het beeld toont een detail van een plaats, men staat er als het ware middenin en kan de materie niet overzien.
Vervolgens toon ik hoe deze plaats zich kan verhouden tot een ruimte. Hier wordt de materie eindig, de muren vormen grenzen, maar doorbreken tezelfdertijd het gebruikelijk kader van een schilderij. De plaats wordt zoals een object, het lijkt alsof we het van op een afstand kunnen overzien en observeren.
In een aantal schilderijtjes op papier, focus ik me op Thingvellir, ook een plaats in IJsland. De Atlantische rug loopt doorheen het gebied. De breuk tussen de Europese en Amerikaanse aardkorst vervormt het landschap voortdurend, en zorgt voor een bevreemdende gelaagdheid. De lagen trekken elkaar aan en stoten elkaar tezelfdertijd af.
In de kerstvakantie een jaar later, maakte ik een reis naar Egypte, meer bepaald naar de golf van Akaba, een lekkende transformbreuk of de Syrisch-Afrikaanse breuk genaamd. Door een aardverschuiving zijn allerlei breuken ontstaan die zich door het gelaagd gebergte slingeren. In tegenstelling tot het water en de kou in IJsland, beïnvloeden hier de droogte en wind de vervormingen.
Mijn fascinatie in de aardverschuivingen, breuken en transformaties, tracht ik te verbeelden in verschillende teken- en schildersmaterialen die elkaar zowel aantrekken als afstoten. Ik tracht lagen te creëren en dieptes aan de oppervlakte te brengen van gekleurd papier.
Hierbij onderzoek ik hoe in een geschilderd beeld temperatuur (door middel van kleurgebruik), vochtigheid (door middel van vloeibare materialen) en zwaartekracht (door middel van vluchtige dragers) een belangrijke rol kunnen spelen.

Top

Tom Viaene, In-Between b, 2011

Comment une commune renoue avec le milieu naturel de l’Homme

Karen Vermeren tente de rendre l’œuvre d’art variable, changeante et sans limites, à l’instar des paysages naturels. C’est pourquoi elle s’adonne aux “œuvres murales”. Son travail ne trouve de limites que dans celles de l’espace au sein duquel elle travaille. Les murs voient apparaitre des paysages qui sont à la fois le souvenir d’un temps géologique et une (pré)figuration de ce qui est encore en mouvement.
Qu’elle que soit l’idée qu’elle a préalablement développée dans l’intimité de son atelier, cette idée subit la transformation du moment, selon l’espace qui lui est imparti pour un moment spécifique. C’est cette interaction avec l’espace – qui ne devient exposition que par après – qu’elle exprime sa fascination pour les paysages naturels.

Top

M'atuvu, Bruxelles, 2010

Karen Vermeren cherche de nouvelles manières pour imaginer le paysage naturel. Elle est fascinée par cette expérience de voir changer la nature suite aux connaissances contemporaines des forces génératrices comme des glissements du sol, des failles et des transformations.

Irritée par ces nouvelles connaissances Vermeren essaie donner forme à ses propres expériences . Ceci se passe sur la base d’une recherche materielle et spatiale. Elle se sert de différents matériaux de dessin et de peinture, qui, d’une côté s’attirent et de l’autre côté se rejettent.

Elle crée des couches et des profondeurs sur des porteurs variés et en format divers. Son oeuvre montre des détails du paysage, dans lequel le spectateur a l’impression d’être en plein milieu, n’étant plus capable de pouvoir le saisir d’un coup d’oeil. Cependant l’espace est explicitement présente, comme métaphore de la connaissance. La matière finit, les murs forment des frontières, mais en même temps ils persent le cadre habituel d’une peinture. Le lieu devient comme un objet, il semble comme si on pouvait l’embrasser du regard et l’observer de loin. C’est ainsi que Vermeren nous montre comment l’architecture et les connaissances ne rendent pas seulement service pour observer la nature, mais encore plus: comment elles donnent des dimensions supplémentaires au paysage.

Pour M’atuvu Karen Vermeren s’est fait laisser inspirer par des Grottes de Foissac qu’elle venait de visiter cet été.

Toutes sortes de stalagmites et de stalactites font parties du langage de formes, qui lui va en dialogue avec le cadre jaune dans la rue de Laeken.

Top

Prix Médiatine, Sint-Lambrechts-Woluwe, Février 2010

Je tente de rendre en images ma fascination pour les éboulements, failles et mouvements de la terre au travers des médiums du dessin et de la peinture qui peuvent aussi bien se combiner que se repousser. J’essaie de créer des couches et de donner de la profondeur à la surface. Je questionne mon rapport au lieu, la profondeur de champ que mon regard peut embrasser, l’influence de telle ou telle caractéristique physique. Je veux donner forme aux variations de température, d’humidité, d’obscurité. J’engendre des abstractions à partir de phénomènes naturels.
Le cadrage d’une image me fascine donc en tant que frontière et vide mais aussi comme ce qui ne peut être percé. Dans mes travaux récents, j’ai exploré le paysage de Toscane. Les constructions et terrassements que l’homme a élevé dans des zones instables sont intégrés dans l’espace. Avec divers papiers collants, je mets en évidence, à divers niveaux, la stratification de la nature et son altération dans le temps.

Top